We hadden een pittige reisdag. Vlogen ’s avonds laat van Pereira naar Medellín. We wisten niet wat we moesten verwachten. Keken vooral uit naar ons bed en zouden de volgende ochtend wel op onderzoek uit gaan. Vanaf het vliegveld reden we via een ‘nieuwe’ tunnel richting de stad. Bij het uitrijden van de tunnel begonnen de chauffeur, Maureen en Ad met z’n drieën tegelijk te roepen:
De chauffeur: “Welcome to Medellín”
Maureen & Ad: “WAUW”
Eén van de meest bijzondere uitzichten ooit. Een onbeschrijfelijk gevoel. Deze stad moet wel bijzonder zijn. En dat is het zeker. We zijn vaak in de bergen geweest. Vanwege het ruwe terrein zie je dan vaak losse huizen, nederzettingen en dorpen. Maar in Medellín dachten ze daar anders over. Ze zijn tegen de bergen op blijven bouwen totdat ze ‘boven’ waren. Enorm indrukwekkend. De sfeer in de stad is ook heerlijk. Natuurlijk zijn er minder prettige plekken, maar die zijn er in elke stad. Maureen en Ad kregen een heerlijke en ook typische discussie in de binnenstad. Maureen voelde zich daar niet helemaal thuis en Ad ging doodleuk cash geld pinnen. Blijft een mooie anekdote.
De keuze voor ons hotel, Landmark, droeg ook enorm bij aan ons verblijf in deze bijzondere stad.